Charles_le_Téméraire_Duc_de_Bourgogne_c_1474

Skill sets

When you go for a job interview they always talk about skill sets.  Well, painting copper/brass objects is a special skill set that I do not master yet. I’m trying to paint a pestle but it’s not going anywhere. Half of the blame lies with the crappy canvas board so I think I’ll just throw it away and start anew.

I am quite jealous of the candelabras in Jan de Bray’s David playing the harp

Art school: still painting a couple small paintings and a larger landscape. (Bosch update on the pages)

Spent some time at the Duchy putting some more layers on a few canvases, including Louis IX and the Bold.

I am working on the wood panel now. Theoretically I should have used a grey/white underpainting but I went for umber as the originals have yellowed over time and hope for the same effect. I am not sure how it’s going to come out but I’m learning as I go along, so it’s not a waste of time.

After going through a whole lot of portraits from all time periods I have selected three portraits of the Bold which seem similar enough to use as a base reference. (I should have studied something more useful such as forensics instead of useless medieval romances and knight tales).

Here are two of the contestants that didn’t make it:

a) Carolus Sansevieria (it’s a shame I already have a pseudonym)

b) Charles the Poodle

The final selection:

a) the van der Weyden copy

I already posted this a few times, so I am not going to post it again

b) a supposed/possible crypto portrait as John the Evangelist from a last judgment triptych by Memling

b) Charles the Haggard of the Many Chins, a later copy of a 1474 portrait located at Dijon. Look at the size of that sheep!

If you ignore the details, they’re quite similar. Eye colour brown in the  last two

Aaaaaaaandddd…. this whole post was just a very lame excuse to post that poodle.

***

Your faithless servant

Maugis the Bewitched

Charles_le_Téméraire_Duc_de_Bourgogne_c_1474

The cold never bothered me anyway

“One day, lad, all this will be yours! “
“What, the curtains? “
“No. Not the curtains, lad. All that you can see, stretched out over the hills and valleys of this land! This’ll be your kingdom, lad. “

[from Monty Python and the Holy Grail]

 

 

This is epically hilarious….

Theme song for Rebis, if I find the budget, lol.

***

Alright, and now I’m off to the Duchy to get some work done.

***

 

Charles_le_Téméraire_Duc_de_Bourgogne_c_1474

Knights in shoddy armour

It’s been a couple years since I last larped. I really enjoy it but I always forget to register in time.  If you’re late, the player roles are gone and you’re stuck with the non player characters. Those are the ones who have to do what the dungeon masters say. So if you’re just a casual participant you usually end up as cannon fodder, which means wearing a stinky sweaty latex mask and repeatedly being bashed by gangs of burly knights. A lot of the men are just in it for the battles and not so much for the story mode.

Somebody put an archive of larp games online. I had some fun browsing around in it. I am not in many pictures but here is one, with the other people anonymised. Note the very medieval car in the background and the strange wizard in the middle. Looks like a gathering of rangers and wizards judging by the outfits. No knights in shining armour. (not that they usually wear shining full plate armour and real leather fastenings, velcro is king in larpland plus real full plate weighs a ton, well, figuratively speaking)

Here I’m wearing leather with metal washers stuck on them. One extra point of protection compared to just leather I believe. Theoretical protection because when you get hit by someone it hurts as much as with simple cloth in reality. I am not sure why I am carrying a longsword,  (Foam, obviously. If it were real swords, they’d soon run out of players.) Probably just because it was allowed. I’m a shitty swordfighter, but at least it’s great to keep the moths away. Not that there were many moths. We played at Montmédy in winter.

Montmédy (not to be confused with Monthléry, lol) is a citadel in the north of France. Link on the name. There are some houses in the walled section but mostly it were empty military barracks, high walls and deep drops. There was barely anything with regard to accomodation so we slept in one of the barracks on crappy humid camp beds. No doors, no windows, no heating no light. It was freezing cold, literally. There was ice on the puddles in the room and my sleeping bag was not adequate for the conditions and also it got wet during the night. I’ve never been so cold, I think. And others told me it weren’t even the worst conditions they’d played in. Once they had played there when it was even colder and snowing.

We’ve often played in real medieval castles and in ruins which was great.  Larping also helps when you’re writing stories in such a setting. You have some idea what it’s like: being alone for hours in pitch black forests, the adrenaline of a mass battle, being cold and hungry and wet when it’s been raining all weekend, sleeping in armour with one eye open because there could be an attack, standing guard etc. And the bruises and the blood, obviously. But not too often.

My character didn’t survive that weekend, by the way. It was sacrifised by the dark elves.

Charles_le_Téméraire_Duc_de_Bourgogne_c_1474

Demons at Midnight

[Part II of Evening song – A dystopian cartoonish fantasy in a more or less dead language]

Ik grijp het gevest van mijn sabel stevig vast en ga op weg. Aan het einde van de tunnel kom ik in een ronde lage kamer terecht, met kale wanden en een strak vloertje van zwart en witte tegels. Er staat een man met dikke wangen en een aardappelneus me op te wachten. Hij draagt een sjieke hemelsblauwe houppelande en een bruine fluwelen hoed met bont omrand. Duidelijk geen bedelaar. Ik heb zo’n idee dat de oude adel goed vertegenwoordigd is in de hel.

‘Elf is die kant op,’ zegt hij en wijst naar een smalle opening aan de overkant van de kamer.

‘Hoe weet je dat ik Elf zoek?’

‘Hij heeft me gevraagd je op te wachten en je de weg te wijzen.’

Hij spreekt verdorie Frans tegen me. Middeleeuws Frans. Ik kan de gotische letters in zijn mededeling bijna horen. Gelukkig heb ik al veel geoefend met Elf. Ik schakel over op zijn moedertaal. ‘En jij bent?’

Hij buigt even zijn hoofd. ‘Jean, Duc de Blackberry.’

Ik knik. ‘Een hertog? Nog een? Zoveel hertogen! Zowat iedereen is hertog tegenwoordig. Delen ze die titels gratis uit bij de cornflakes of wat?’

Hij negeert mijn smalende opmerking, voornamelijk omdat ik deze keer Nederlands heb gesproken en hij er niks van gesnapt heeft. Hij blijft wijzen en ik zeg hem gauw gedag terwijl ik mijn weg verderzet in de aangegeven richting.

Het is niet moeilijk Elf te vinden. Als ik in zijn buurt kom gaat mijn huid tintelen en mijn vingertoppen worden gevoelloos. Hij kan niet meer veraf zijn. Na nog een paar smalle gangen kom ik terecht in een grote grot, donker op de lichtcirkels van de brandende toortsen die hier en daar tegen de wanden bevestigd zijn na.

Elf hangt gekleed in een lang zwart gewaad nonchalant op een troon van schedels en gebroken zwaarden. De armleuningen worden bekroond door twee drakenkoppen. Naast de troon aan zijn voeten ligt een hoge stapel boeken om.

Uiterlijk lijkt hij kalm maar zijn ingehouden woede slaat als hitte tegen mijn gezicht. Hij heeft zijn benen languit uitgestrekt en houdt een gouden beker in zijn hand. Hij neemt een slok en steekt dan de beker naar me uit. ‘Wil je ook wat?’

Ik heb dorst maar weiger.  ‘Nee, laat maar, die truuk ken ik al.’ Ik herinner me Zeventiens raad. Eet niets, drink niets in de Onderwereld. Neem niets met je mee, of hij laat je niet meer gaan.

‘Niet dan,’ gromt hij en neemt nog een slok voor hij de beker op de grond aan zijn voeten zet. Hij kruist zijn armen.

Ik kijk om me heen. Dit wansmakelijke decor, dit theatrale vertoon, dat is niks voor hem, dat is niet zijn stijl. Ik vraag me af wat hij ermee wil bereiken.

Uiterlijk is hij niets veranderd. In zijn glinsterende nachtzwarte ogen schemert nog steeds de waanzin. Ik blijf op mijn hoede.

‘Ik weet waarom je bent gekomen,’ zegt hij.

Ja, uiteraard weet je dat. Want je hebt twee gezichten. Je kijkt voor je uit naar wat nog gaat komen, en je kijkt achterom naar wat voorbij is. Jij bent de Tijd, Elf, en als ik Twaalf tot leven wil wekken moet ik jou verslaan. Het is zo logisch als wat. Maar ik wil je niet doden als het niet nodig is. Er moet een andere manier zijn.

Ik omklem het gevest van de sabel die ik nog steeds in mijn handen houd. Elf ziet het en snauwt: ‘Je kunt me niet doden met een zwaard! Niemand kan me doden! Ik besta alleen in je hoofd!’

‘Ik bén Niemand,’ zeg ik. Ik staar naar de sabel in mijn hand die in een kronkelende slang verandert. Ik laat hem geschrokken op de grond vallen. ‘En toch kan ik je niet doden. Ik ben geen held of god. Ik heb geen macht over de tijd. Ik ben maar een getuige.’

‘Vergeet Twaalf. Twaalf is onbelangrijk voor het vervolg van jouw verhaal. Zeventien maakt je dingen wijs. Zo is hij wel, de gezant. Een bedrieger met zijn listen en lagen.’

Hij staart naar me, staart diep in mijn ogen. Zijn eigen ogen zijn glazig als spiegels. Ik zie mezelf twee keer weerspiegeld en Elf zit stil als een marmeren beeld op zijn troon en waart in mijn hoofd rond, opent deuren en slaat ze weer hard achter zich dicht. Ik heb geen idee naar wat hij zoekt. De draak op mijn rug brandt in mijn huid en in mijn ziel. Ik haal diep adem.

Ik moet je doden, Elf. Het staat zo in het handboek. Zeventien heeft me de lijnen getoond, opgetekend in zijn nette, regelmatige handschrift in gouden inkt, in het dikke boek met een omslag van zwart fluweel en bedekt met robijnen, smaragden en saffieren en gesloten met twee platina gespen.

‘Wie is Twaalf dan wel, Kronos? Vertel het mij! Als het niet de hertog is?’

Hij klemt zijn vuisten tot een bal, slaakt een kreet van woede en sist dan: ‘Wie heeft je mijn ware naam verraden? Was het Zeventien?’

‘Nee, ik heb het zelf gevonden, in een boek. Het was niet zo moeilijk alles bij elkaar op te tellen. Een plus een is elf. Of twee.’

‘Maar Twaalf stond er niet in.’ Een mededeling, geen vraag.

‘Nee, daarom kom ik het jou vragen. Ik vind hem niet. Ik weet wie hij was, ik weet waar hij was maar ik weet niet waar hij nu is.’

‘En je maatje Zeventien? Kan die je niet helpen?’

‘Al in maanden niks meer van gehoord.‘

Hij snuift en rolt met zijn ogen. Hij buigt zich voorover en raapt iets op van de grond en werpt het me met een listige lach toe. Het valt met een klap aan mijn voeten neer.

Het is een oud boek met een omslag in hout en leer. Ik raap het op en trek de klemmen open. Op het eerste blad staat een prent met een lam en een zwaard op een gebloemd tapijt, in een dikke zwarte houtblokdruk.

‘Wat is dit?’

‘Zegt het je niets? Die prent?’

‘Ik ben de laatste tijd al zo veel schapen…’ Ik maak mijn zin niet af.

Spiegels….dat is het. Alles is omgekeerd, weerkaatst in rokerige spiegels. Ik moet de ram niet offeren. Ik ben zelf de ram en ik zoek het zwaard.  Het begint me te duizelen. Ik moet Elf niet doden, Twaalf niet tot leven wekken. Het is omgekeerd.

Nee… nee… nee…

Ik hoor in de verte Elf grinniken.

‘Weet je nu eindelijk waar de klepel van de doodsklok hangt?’

‘Maar…’

Elf steekt zijn hand op en snoert me de mond. ‘Sht’, zegt hij. ‘Ik weet wat je wil zeggen, maar maak je geen zorgen. Daar heb ik een oplossing voor.’

Hij klemt zijn handen om de draken en buigt voorover. Hij begint woorden te prevelen, in zijn eigen taal. Ik versta niets van wat hij zegt maar de grot rondom mij begint te tollen. Ik word zo duizelig dat ik mijn ogen sluit. Het wordt steeds kouder. Ik ben misselijk en begin te kokhalzen. Ik wankel op mijn voeten.

Na enkele minuten houdt het tollen op. Ik hoor Elfs stem niet meer maar ik heb het nog steeds koud. Er staat een harde wind en ik voel iets nats op mijn hoofd vallen. In de verte hoor ik een luide kreet. Een stem die ik niet ken.

Ik open langzaam mijn ogen.

****

 

Maugis the Bewitched

Charles_le_Téméraire_Duc_de_Bourgogne_c_1474

DNR

Woodcut from the Nanceidos, a 16th century book about the battle of Nancy. Found it online somewhere.

Just an update on the Bold this time. For the pretty/funny  pictures I refer to the Chicken site. Link on the right. [I wasn’t really planning on publishing this post today but I hit the wrong button apparently, so here goes… I am still updating this, though]. This is a work in progress.

First a follow-up on the two movies Le miracle des loups.

It seems there is a fictional novel by Walter Scott, Quentin Durward, in which the Bold plays a role.  Somebody uploaded a 7-part tv series with the same name on YouTube. I try to watch it every now. It’s in French but they speak fairly slowly. Also, major disappointment, the tv series The Bold and the Beautiful has nothing to do with Charles the Bold.

Reading pile

The latest addition to the Burgundian reading pile is consists of a many-hand bio of Louis XI –  his arch enemy -, a book in good condition about the history of Bruges and a worn book about the history of Burgundy. The French region, not the wine. I draw the line there.  I haven’t had time to read them as I am trying to keep up with NaNoWriMo in the evenings.

Tracking the remains

The past couple days I have been trying to track the remains of the Bold. Oddly enough, none of the books I have read so far seem to have the complete information so I am reconstructing it from various sources, mostly Wikipedia and other online sources to start with. I’ll correct them as I go along. I will add this to the relevant page. It’s one of main objectives of the quest so I want to devote enough time to this.

In the winter of 1476-77 – being the stupid and reckless little shithead he was – the Bold kept attacking the French and the Swiss. On the 5th of January 1477, majorly overpowered, he was killed in the battle of Nancy by a half deaf, half blind soldier who didn’t recognise him. According to the code of war kings and leaders were usually not killed but captured for ransom money. So he had a bit of bad luck or met his well deserved fate, depending on your point of view.

Charles fell from his horse, shouted who he was but the soldier misunderstood him and split his head in two. C was basically reduced to mincemeat because when he was found he had multiple wounds apart from his split skull. I read somewhere that the soldier who didn’t recognise him died a few months later because of remorse, but that’s just a legend, I suppose.

A couple days after the chaotic battle C still hadn’t turned up in his camp so they went looking for him. The soldier who had last seen him alive led a search party to the borders of a lake near Nancy. They finally found him a little apart from the other dead bodies. The bold’s body was lying face down at the edge of the lake, his face frozen to the ground. He was stripped of all his clothes and belongings and was identified by a number of characteristics, including his missing front teeth, several old scars including the one on his throat from the battle of Montléry, a wound in the groin, ingrown toe nail and his long nails.  He was said to have been partially eaten by wolves but that’s probably also a legend.

He was brought to a house in Nancy. They dressed him in a white satin shirt and a red satin coat (other source says they put a red velvet cloth over his face and put him on a black bed of state. On both sides were two seats for heralds and in the four corners seats for servants holding burning torches. The body remained there for six days. Even if he had been a bitch to many people including his own half-brothers, there were enough tears apparently

he next Sunday he was buried in a fir coffin in the St Sebastian chapel of St George church at Nancy (the church is no longer there).

His wife and daughter only learned after a month or so that he was dead, by the way.

He was exhumed on 22 September 1550 (I also saw 24 somewhere) by Christina of Denmark by request of Charles V, his great grandson.  The remains were brought from Nancy to Luxemburg where they stayed at the convent of the Minderbroeders. In 1553 the remains were brought to Bruges.

On the 7th June of 1553 they were placed in the vault of his daughter.

In 1563 he got his own tomb next to Mary’s.

During the French Revolution the tombs were damaged and plundered. His remains were probably lost (I presume it was a skeleton by then).

In 1806 both tombs were reconstructed somewhere else in the church.

In 1979 the floor of the church was dug up and the tombs were removed and reconstructed in the original place. Mary’s skeleton was found and identified but that of Charles was not there.

There are two additional elements that I found in other places:

Firstly, usually in those times the intestines are removed and placed in little boxes or other more fancy containers to keep at home (this is something that has always fascinated me). I read in a book that Charles’ intestines remained at Nancy. Doesn’t say where and how, so must check this.

Secondly, I read somewhere but I can’t remember where, that the remains that were taken to Bruges weren’t those of Charles to begin with as that body still had all its front teeth. Apparently when they opened the coffin in Nancy, the remains were in ad condition and just a big mess. They could be from his chamberlain, Jean de Rubempré, who also died at Nancy. Must check this but it’s late and I’ve got other work to do.

Maybe he is a DNR (Do Not Resurrect).

Oh my, those ER Hughes paintings are still haunting me…