M4XR2K

Knights in shoddy armour

It’s been a couple years since I last larped. I really enjoy it but I always forget to register in time.  If you’re late, the player roles are gone and you’re stuck with the non player characters. Those are the ones who have to do what the dungeon masters say. So if you’re just a casual participant you usually end up as cannon fodder, which means wearing a stinky sweaty latex mask and repeatedly being bashed by gangs of burly knights. A lot of the men are just in it for the battles and not so much for the story mode.

Somebody put an archive of larp games online. I had some fun browsing around in it. I am not in many pictures but here is one, with the other people anonymised. Note the very medieval car in the background and the strange wizard in the middle. Looks like a gathering of rangers and wizards judging by the outfits. No knights in shining armour. (not that they usually wear shining full plate armour and real leather fastenings, velcro is king in larpland plus real full plate weighs a ton, well, figuratively speaking)

Here I’m wearing leather with metal washers stuck on them. One extra point of protection compared to just leather I believe. Theoretical protection because when you get hit by someone it hurts as much as with simple cloth in reality. I am not sure why I am carrying a longsword,  (Foam, obviously. If it were real swords, they’d soon run out of players.) Probably just because it was allowed. I’m a shitty swordfighter, but at least it’s great to keep the moths away. Not that there were many moths. We played at Montmédy in winter.

Montmédy (not to be confused with Monthléry, lol) is a citadel in the north of France. Link on the name. There are some houses in the walled section but mostly it were empty military barracks, high walls and deep drops. There was barely anything with regard to accomodation so we slept in one of the barracks on crappy humid camp beds. No doors, no windows, no heating no light. It was freezing cold, literally. There was ice on the puddles in the room and my sleeping bag was not adequate for the conditions and also it got wet during the night. I’ve never been so cold, I think. And others told me it weren’t even the worst conditions they’d played in. Once they had played there when it was even colder and snowing.

We’ve often played in real medieval castles and in ruins which was great.  Larping also helps when you’re writing stories in such a setting. You have some idea what it’s like: being alone for hours in pitch black forests, the adrenaline of a mass battle, being cold and hungry and wet when it’s been raining all weekend, sleeping in armour with one eye open because there could be an attack, standing guard etc. And the bruises and the blood, obviously. But not too often.

My character didn’t survive that weekend, by the way. It was sacrifised by the dark elves.

M4XR2K

Demons at Midnight

[Part II of Evening song – A dystopian cartoonish fantasy in a more or less dead language]

Ik grijp het gevest van mijn sabel stevig vast en ga op weg. Aan het einde van de tunnel kom ik in een ronde lage kamer terecht, met kale wanden en een strak vloertje van zwart en witte tegels. Er staat een man met dikke wangen en een aardappelneus me op te wachten. Hij draagt een sjieke hemelsblauwe houppelande en een bruine fluwelen hoed met bont omrand. Duidelijk geen bedelaar. Ik heb zo’n idee dat de oude adel goed vertegenwoordigd is in de hel.

‘Elf is die kant op,’ zegt hij en wijst naar een smalle opening aan de overkant van de kamer.

‘Hoe weet je dat ik Elf zoek?’

‘Hij heeft me gevraagd je op te wachten en je de weg te wijzen.’

Hij spreekt verdorie Frans tegen me. Middeleeuws Frans. Ik kan de gotische letters in zijn mededeling bijna horen. Gelukkig heb ik al veel geoefend met Elf. Ik schakel over op zijn moedertaal. ‘En jij bent?’

Hij buigt even zijn hoofd. ‘Jean, Duc de Blackberry.’

Ik knik. ‘Een hertog? Nog een? Zoveel hertogen! Zowat iedereen is hertog tegenwoordig. Delen ze die titels gratis uit bij de cornflakes of wat?’

Hij negeert mijn smalende opmerking, voornamelijk omdat ik deze keer Nederlands heb gesproken en hij er niks van gesnapt heeft. Hij blijft wijzen en ik zeg hem gauw gedag terwijl ik mijn weg verderzet in de aangegeven richting.

Het is niet moeilijk Elf te vinden. Als ik in zijn buurt kom gaat mijn huid tintelen en mijn vingertoppen worden gevoelloos. Hij kan niet meer veraf zijn. Na nog een paar smalle gangen kom ik terecht in een grote grot, donker op de lichtcirkels van de brandende toortsen die hier en daar tegen de wanden bevestigd zijn na.

Elf hangt gekleed in een lang zwart gewaad nonchalant op een troon van schedels en gebroken zwaarden. De armleuningen worden bekroond door twee drakenkoppen. Naast de troon aan zijn voeten ligt een hoge stapel boeken om.

Uiterlijk lijkt hij kalm maar zijn ingehouden woede slaat als hitte tegen mijn gezicht. Hij heeft zijn benen languit uitgestrekt en houdt een gouden beker in zijn hand. Hij neemt een slok en steekt dan de beker naar me uit. ‘Wil je ook wat?’

Ik heb dorst maar weiger.  ‘Nee, laat maar, die truuk ken ik al.’ Ik herinner me Zeventiens raad. Eet niets, drink niets in de Onderwereld. Neem niets met je mee, of hij laat je niet meer gaan.

‘Niet dan,’ gromt hij en neemt nog een slok voor hij de beker op de grond aan zijn voeten zet. Hij kruist zijn armen.

Ik kijk om me heen. Dit wansmakelijke decor, dit theatrale vertoon, dat is niks voor hem, dat is niet zijn stijl. Ik vraag me af wat hij ermee wil bereiken.

Uiterlijk is hij niets veranderd. In zijn glinsterende nachtzwarte ogen schemert nog steeds de waanzin. Ik blijf op mijn hoede.

‘Ik weet waarom je bent gekomen,’ zegt hij.

Ja, uiteraard weet je dat. Want je hebt twee gezichten. Je kijkt voor je uit naar wat nog gaat komen, en je kijkt achterom naar wat voorbij is. Jij bent de Tijd, Elf, en als ik Twaalf tot leven wil wekken moet ik jou verslaan. Het is zo logisch als wat. Maar ik wil je niet doden als het niet nodig is. Er moet een andere manier zijn.

Ik omklem het gevest van de sabel die ik nog steeds in mijn handen houd. Elf ziet het en snauwt: ‘Je kunt me niet doden met een zwaard! Niemand kan me doden! Ik besta alleen in je hoofd!’

‘Ik bén Niemand,’ zeg ik. Ik staar naar de sabel in mijn hand die in een kronkelende slang verandert. Ik laat hem geschrokken op de grond vallen. ‘En toch kan ik je niet doden. Ik ben geen held of god. Ik heb geen macht over de tijd. Ik ben maar een getuige.’

‘Vergeet Twaalf. Twaalf is onbelangrijk voor het vervolg van jouw verhaal. Zeventien maakt je dingen wijs. Zo is hij wel, de gezant. Een bedrieger met zijn listen en lagen.’

Hij staart naar me, staart diep in mijn ogen. Zijn eigen ogen zijn glazig als spiegels. Ik zie mezelf twee keer weerspiegeld en Elf zit stil als een marmeren beeld op zijn troon en waart in mijn hoofd rond, opent deuren en slaat ze weer hard achter zich dicht. Ik heb geen idee naar wat hij zoekt. De draak op mijn rug brandt in mijn huid en in mijn ziel. Ik haal diep adem.

Ik moet je doden, Elf. Het staat zo in het handboek. Zeventien heeft me de lijnen getoond, opgetekend in zijn nette, regelmatige handschrift in gouden inkt, in het dikke boek met een omslag van zwart fluweel en bedekt met robijnen, smaragden en saffieren en gesloten met twee platina gespen.

‘Wie is Twaalf dan wel, Kronos? Vertel het mij! Als het niet de hertog is?’

Hij klemt zijn vuisten tot een bal, slaakt een kreet van woede en sist dan: ‘Wie heeft je mijn ware naam verraden? Was het Zeventien?’

‘Nee, ik heb het zelf gevonden, in een boek. Het was niet zo moeilijk alles bij elkaar op te tellen. Een plus een is elf. Of twee.’

‘Maar Twaalf stond er niet in.’ Een mededeling, geen vraag.

‘Nee, daarom kom ik het jou vragen. Ik vind hem niet. Ik weet wie hij was, ik weet waar hij was maar ik weet niet waar hij nu is.’

‘En je maatje Zeventien? Kan die je niet helpen?’

‘Al in maanden niks meer van gehoord.‘

Hij snuift en rolt met zijn ogen. Hij buigt zich voorover en raapt iets op van de grond en werpt het me met een listige lach toe. Het valt met een klap aan mijn voeten neer.

Het is een oud boek met een omslag in hout en leer. Ik raap het op en trek de klemmen open. Op het eerste blad staat een prent met een lam en een zwaard op een gebloemd tapijt, in een dikke zwarte houtblokdruk.

‘Wat is dit?’

‘Zegt het je niets? Die prent?’

‘Ik ben de laatste tijd al zo veel schapen…’ Ik maak mijn zin niet af.

Spiegels….dat is het. Alles is omgekeerd, weerkaatst in rokerige spiegels. Ik moet de ram niet offeren. Ik ben zelf de ram en ik zoek het zwaard.  Het begint me te duizelen. Ik moet Elf niet doden, Twaalf niet tot leven wekken. Het is omgekeerd.

Nee… nee… nee…

Ik hoor in de verte Elf grinniken.

‘Weet je nu eindelijk waar de klepel van de doodsklok hangt?’

‘Maar…’

Elf steekt zijn hand op en snoert me de mond. ‘Sht’, zegt hij. ‘Ik weet wat je wil zeggen, maar maak je geen zorgen. Daar heb ik een oplossing voor.’

Hij klemt zijn handen om de draken en buigt voorover. Hij begint woorden te prevelen, in zijn eigen taal. Ik versta niets van wat hij zegt maar de grot rondom mij begint te tollen. Ik word zo duizelig dat ik mijn ogen sluit. Het wordt steeds kouder. Ik ben misselijk en begin te kokhalzen. Ik wankel op mijn voeten.

Na enkele minuten houdt het tollen op. Ik hoor Elfs stem niet meer maar ik heb het nog steeds koud. Er staat een harde wind en ik voel iets nats op mijn hoofd vallen. In de verte hoor ik een luide kreet. Een stem die ik niet ken.

Ik open langzaam mijn ogen.

****

 

Maugis the Bewitched

M4XR2K

The Sword in the Stone Part III – Magic by proxy

[See earlier posts]

To create a replica of Durendal, Roland’s magical unbreakable sword, the following relics are required: a sword, Saint Peter’s tooth, the blood of Saint Basil, some hairs of St Denis and a piece of Mary’s robe.

Well, I have found my first relic to insert in my sword. Wedged between the pages of a catalogue of an exhibition of memento mori cards, was something that appears to be a relic:

It reads: piece of fabric that was rubbed against the bones of the Holy Louis-Marie de Montfort (yikes). At the back there is a tiny piece of fabric.

The relic was on the page with a picture of an annunciation by Campin. This not a piece of Mary’s robe, it was lying next to a reproduction of a painting with Mary on it. I don’t know if that’s going to be powerful enough. Well, suppose it is good enough for moths, the tiny little light-sucking bastards.

I have no idea if the relic came with the book originally or not. It seemed to be inserted at a random place but I’ve learned that nothing is ever random in the books I was entrusted with. I looked up who this saint is (click “this saint” for the link).  He was  a French priest from around 1700 who was very fond of Mary (person 2 in the painting) and guardian angels (person 1). Louis-Marie left among others a congregation of the Brothers of St Gabriel behind (person 1 in the painting). Died when he was 43, btw.  No relations with Burgundians whatsoever, I think.

 

 

M4XR2K

9096 – Wie het kleine niet eert…

Een mens is nooit te “groot” om met Playmobil te spelen.

Ik verzamel vooral de kleinere, speciale setjes, bv. Halloween figuurtjes, eenhoorns, engeltjes en duiveltjes en zo. De adventskalenders die er binnenkort weer aankomen zijn soms ook wel leuk al heb ik er daarvoorlopig nog  geen enkele van.

Ik geloof dat ik een hele poos geleden op deze blog geschreven heb dat ik uitkeek naar setje 9096 –  Alchemist en laboratorium (in het Nederlands is hij een tovenaar, btw). Het heeft nog wel een tijdje geduurd eer hij ook werkelijk in de winkelrekken of online te koop was.

Hier is ie dan met zijn ratje en zijn schedel en zijn minilabje. Nu eerst wat werken en dan mag ik lekker gaan spelen :). Wel eerst de kat buitenzetten.

M4XR2K

When piglet goes to town

Haar en hoeden anno 1600 of zo. Heeft niks te maken met wat nog volgt.

Zondag, tijd voor een korte update. Twee weken geleden ben ik met een nieuw A4 schetsboek begonnen en daar zijn ondertussen al een aantal bladen van gevuld. Met losse schetsen, geen afgewerkte tekeningen. Ik wil wat meer natuur en architectuur bestuderen de volgende maanden. Het schetsboek is er eentje van Royal & Langnickel en het papier blijkt niet te deugen om er met natte producten zoals waterverf of stift op te werken. Balen.

Het is te warm om te schilderen dus op doek is er niet veel gebeurd. Ik dacht daarom eerst een verslag te schrijven van ons bezoek aan het ietwat hilarische Marcel-Lenoir museum maar dat zal voor een andere keer zijn.  Dus hierna volgen gewoon wat “prentjes”  van de lopende WIP.

Cristo sin rostro

Ik heb hem weer bovengehaald en afgestoft maar nog niks nieuws aan gedaan. Dat moet met gewone olieverf gebeuren.

Apollo

De afgebroken neuspunt van de kringloopbuste is hersteld met knutselpasta uit de Fun. Apollo ziet er nu uit of hij aan de cocaïne heeft gezeten, ik moet hem nog wat bijwerken. De poedelcoiffure is geheel oorspronkelijk.

Camerons Italiaan

Niks meer aan gedaan.

Satyricon

Nieuwe schetsen gemaakt in het schetsboek. Geen foto van gemaakt.

De von Gloeden boys

Enkele schetsen gemaakt van andere portretten (zie eerdere post) in mijn schetsboek voor de fun.  Hier een paar:

Gustave Doré

Ik ben een (enorm grote) Gustave Doré-fan. Ik was op zoek naar een tekening om na te tekenen als oefening van sfeervolle gotische landschappen en stuitte op tinternet op een gravure uit Orlando Furioso (Razende Roland, geen rapper maar een middeleeuws epos), prima om mee te beginnen:

Gravure van Doré (+ zijn assistent H. Pisan) – Orlando Furioso

Al snel draafde de kopie over een eigen weg met eenhoorns en vogelridders dus ik ben er maar mee opgehouden.

And now for something completely different: Varkentje wassen

Dit schilderij is ook nog onderweg. Er zit een half afgewerkt schilderij van een bus onder, vandaar de oneffenheden. Het slaat nergens op maar dat was ook de bedoeling.

Until we meat again…