Tag: Karel de Stoute

Update

I have updated the document about the portait of Charles the Bold:

Full of Sound and Fury

I will also update the document in the pages (see menu). I may keep the cover and title for the whole book. For the access to this chapter no password is needed.


The Just but slightly crazy Judge

The beheading of the Duke of Somerset (already showed this in an earlier post, but it is quite fitting for this one as well)

As promised (or threatened?) in an earlier post about the Judgment of Otto by Dieric Bouts, here is the description of a fairly bizarre trial held by Charles the Bold in Zeeland, preceded by another rather strange punishment of some misbehaving knights, as some kind of prologue. First the Dutch text is shown, slightly modernised, followed by an English summary. Sorry for the awkward translation.

The text is from the rather voluminous Algemene kerkelyke en wereldlyke geschiedenissen des bekenden aard-kloots by Geerlof Suikers. He borrows some of his information from Pontus Heuterus. I have the Pontus lying around and know I should verify if it’s correct but the book is in Latin and I’m not up to that right now. No idea if this is just a wild tale or historically accurate.

The noblemen

De hertog in het volgende jaar eenige tydt zyn verblyf in den Hage houdende, ontstondt daar onder zyne edelknaepen een zo grote twist, dat een der zelven, een Burgundiër van geboorte, dood bleef. Dit wierdt zo hoog door hem genomen, dat hy hen alle in eene oopen-plaats deedt opsluiten, en beval dat zy malkander met roeden, hen ten dien einde gegeven, zouden geesselen, tot dat zy moede waren. Toen het lang genoeg geduurt hadt, deed de hertog eene aanspraak aan hen, en besloot de zelve met eene bedreiging, dat hy alle, die verder eenige wraak wilden nemen, of den twist langer doen duren, zou laten ophangen.

The next year (1469 ed.), when the duke was staying at The Hague for a while, such a huge quarrel broke out amongst his noblemen, that one of them, a Burgundian by birth, was killed. Charles was so vexed that he had them all locked up in an open space and ordered them to bash each other with sticks that were given to them for this purpose, until they were tired. When it had lasted long enough the duke threatened them that if they wanted revenge or if the quarrel lasted on, he would have them all hanged.

2. The commander

Karel wilde de misbruiken aangaande de rechtsvorderingen, in het bijzonder op het gebied van onkuisheid, verbeteren en trok vanuit Den Haag naar alle landschappen die onder zijn heerschappij stonden, om overal recht te spreken, waarmee hij zich drie dagen per week bezighield, wat hem bij zijn onderdanen zeer geliefd maakte. Toen hij in datzelfde jaar (1469 nvdr) in Zeeland aankwam, men meent Vlissingen, heeft hij daar een voorbeeld van strenge rechtsvordering nagelaten, het welk door verschillende schrijvers is verhaald, maar door niemand uitgebreider dan Pontus Heuterus, die wij daarom hier willen navolgen. Een zekere edelman, die in de oorlog grote dienst aan zijn vorst Filips de goede had bewezen, kreeg daarvoor de heerschappij over een stad in Zeeland. Hij was niet gehuwd en woonde daarom bij een voornaam burger in. Deze had een mooie vrouw, op welke de bevelhebber verliefd werd; doch als hij noch door geweld, noch door andere kunstenarijen iets vorderde, en gestadig in vrees was, dat de vrouw hem aan hare man zou ontdekken, nam hij zijn toevlucht tot list en geweld. De partijschappen in Holland en Zeeland smeulen nog in de gemoederen van de inwoners, en de hertog was op niemand zo zeer gebeten dan op degene, die, zowel de Kabbeljauwsen als de Hoeksen, enige blijk gaven van die partijschappen. De bevelhebber deed derhalve de man in de gevangenis werpen, op een voorwendsel dat hij de gemene rust zocht te storen, en hield toen weer bij de vrouw aan, zeggende dat de hertog wel nergens bitterder om verstoord was dan om zulke zaken als haar man had begaan, haar man zou ontslaan, en het wagen zelf daardoor de gramschap van Karel op zich te laden. De huwelijksliefde deed in dit geval een zo wonderlijke werking, dat misschien nooit iets dergelijks gehoord is. De vrouw staat hem zijn begeerte toe. Doch hij, willende zich van haar bezittingen voor het toekomende te verzekeren, hield haar eerst zo lang als het mogelijk was op, alsof hij order van de hertog aangaande haar gevangen man moest afwachten, en toen zij, zo hij dacht, genoeg aan zijn liefkozingen gewend was, gaf hij haar een briefje van zijn hand, om met hetzelfde bij de gevangenisbewaarder te gaan, en hem haar man op te eisen. Deze had enige uren tevoren order van de bevelhebber gekregen om de gevangene het hoofd af te slaan, had zulks verricht, en gaf het lijk over aan de vrouw, die door dat gezicht tot uiterste woede werd gebracht. Zij maakte de ganse zaak aan haar bloedvrienden bekend, die haar raad gaven haar droefheid te ontveinzen, en, alzo de hertog in Zeeland stond te komen, hem zelf de zaak voor te dragen, en recht te verzoeken. Toen Karel in Zeeland aangekomen was, verscheen de vrouw met twee van haar bloedvrienden aan hem, en stelde daar de zaak voor, zo als zij gebeurd was, waarover de hertog zo vergramd was, dat hij dreigde haar te straffen, zo zij een zo wakker (dapper nvdr) man ten onrechte beschuldigde, maar in het tegendeel haar recht te doen, zo men bevond, dat zij de waarheid sprak. Daarop werd de gezaghebber ontboden, en door Karel met een vriendelijk wezen afzonderlijk ondervraagd zijnde, bekende hij alles, en smeekte om genade. Aanstonds daarna deed Karel zijn raad met de vrouw binnentreden, en gebood hem haar terstond te trouwen, en haar erfgenaam van zijn goederen te maken, indien hij zonder kinderen kwam te sterven. Hij was daar zeer wel mee vergenoegd, en beloofde alles, wat de hertog begeerde, maar de vrouw was daar niet toe te brengen als door lang aanhouden van de raad des hertogs, die hij bevolen had haar te bepraten om haar toestemming te bekomen. Nadat zij eindelijk haar stem tot dat huwelijk had gegeven, en hetzelfde ook aanstonds door een priester was voltrokken, vroeg de hertog: “Vrouwe, zijt gij voldaan?” en als zij daar ja op antwoordde, hernam Karel: “Ik nog niet”, en deed aanstonds de gezaghebber in dezelfde gevangenis brengen, waar hij een onschuldig man had laten onthoofden. Daar vond hij een priester, een beul, en een doodskist, nevens een brief van de hertog, behelzende zijn doodvonnis van onthoofd te worden, hetwelk twee uren daarna door de beul werd volvoerd. Aan de vrouw werd ook een afschrift van het doodvonnis van de bevelhebber gegeven, om bij haar vrienden en bloedverwanten tot een getuigenis te strekken van de wraak, die de hertog over haar ongeval en het gedrag van zijn bevelhebber had genomen. Dus was zij voor de tweede maal weduwe, maar verviel in een zo grote droefgeestigheid, dat zij in korte tijd door de dood werd weggesleept; latende de grote goederen van de bevelhebber tot erfenis aan de kinderen, die zij uit het eerste huwelijk had.

Charles wanted to end the abuses in the justice system, especially those concerning immorality, so he travelled to all the places he governed. He did this three days a week, which made him popular with his subjects. When he arrived in Zeeland that same year (1469, ed.) – it is believed it was in Vlissingen – he left an example of the severe justice system he wanted to put in place. This has been described by several authors but the most extensively by Pontus Heuterus, on which this is based.

A noblemen who had fought bravely in the service of Philip the Good, was awarded with the government of a city in Zeeland. He was not married and lived with a distinguished citizen. He fell in love with the wife of his host and was constantly afraid that she would betray him to her husband, so he used deceit and violence to prevent that. The Hook and Cod wars were still causing upstirs and there was nothing that the duke was more vexed about than the ones that supported either side. The commander had his host locked up in prison under the pretense that he wanted to cause an uproar.

The commander went back to his wife and said that Charles would be very angry about the things her husband had done and that he might direct his anger towards her too. The woman gave in but he was trying to stall the affair because he had his eye on the possessions of the couple. He told her was still waiting for the orders of the duke. After a while, when he thought she was sufficiently used to his caresses, he sent her with a note by his own hand to the prison guard to get her husband. But hours before, the commander had ordered the prison guard to chop off the man’s head. So when they handed over his corpse to his wife she became furious. She told everything to four of her ‘bloodfriends’ (close relatives, ed.) who advised her to feign grief and await the arrival of the duke and present the case to him.

So when Charles arrived, she and two of her bloodfriends went to him and told him what happened. The duke became very angry and told her that if she lied, he would punish her, but if she told the truth, justice would be done. The commander was summoned and Charles questioned him in a friendly manner, after which the commander confessed to everything and begged for mercy. The duke had the woman brought in and ordered the commander to marry her and bequeath all his possessions to her in case he died without heirs. He was quite pleased with the outcome but the woman refused to marry him. Charles ordered his counsel to try and convince her to change her mind and it took a lot of effort of them to do so.

When she finally gave her permission, they were immediately wed by a priest. After this Charles asked her: “Are you satisfied, woman?” and when she said yes, Charles answered: “I’m not yet.” He had the commander brought to the same prison where his innocent host had been beheaded. There the commander was met by a priest, an executioner and a coffin, and also to a letter from the duke that ordered his beheading. Two hours later he was beheaded by the executioner. A copy of the death warrant was given to the wife as a testimony of the revenge the duke had taken regarding her misfortune and the behaviour of the commander. In this way she became a widow for the second time and she suffered so much grief that death dragged her away not long after; and left many possessions of the commander to the children she had in her first marriage.

The (not so happy) end.


Item #9: Loches and Ludovico Sforza

Yesterday I posted a list with things I want to research or am busy researching, when time permits. I am not going to follow the list in numerological order. Today I start with number 9. In the end I’ll explain why I included this in the quest item list, apart from it being part of the history of the late 15th century.

Last year we visisted a number of Loire castles during our short summer holiday. After checking it looks like I’ve only posted about Blois and Amboise so far, but not about Loches. Loches is, however, quite interesting. Most of the castles tourists typically visit are large, sumptuous castles, a bit out of the centre. Loches, on the other hand, is a small town and the two places of interest are located in the centre but not next to one another. It is also a bit confusing because of the terminology. The “château” or castle is a partially ruined donjon with some annexes, and was used as a prison during the reign of Louis XI. The building which looks like the idea people have of a medieval castle is called the royal lodge (“logis” or “cité royale”) and is located about 0,5 km from the donjon.

We visited the donjon first but here I’ll start with the royal lodge. It is a small, pretty castle, quite empty inside and it was quite interesting to walk around in the same rooms where Joan of Arc and Anne of Brittany (Anne de Bretagne) once walked around. Anne de Bretagne is linked to the tournament man but that’s for later posts. Joan of Arc needs no explanation. She was in Loches in 1429 and was captured by the Burgundians later on. Charles the Bold hadn’t been born yet at that time.

Another important person who lived here was Agnes Sorel, the mistress of Charles VII, the father of Louis XI who hated her. She died of mercury poisoning and there always have been rumours that it was Louis XI who poisoned her, but I don’t want to delve into medieval conspiracy theories. Her tomb is in the nearby church of St. Ours. She is not important for my research apart from her being one of the reasons Louis XI fled to Burgundy, to his uncle Philip the Good.

The royal lodge
Another view of the exterior of the royal lodge
The hall. There used to be a tile in the floor stating that Joan of Arc was in this room. I don’t think it is still there.
Of course I sat on that chair but I’ll spare you the picture of this major event…
This sword was on display in another room in the lodge. It is a very beautiful sword. According to the sign it is a Burgundian sword of the 15th century and belonged to a duke of Milan, perhaps a Sforza, perhaps not.
Small chapel in the lodge

The donjon, which is in another part of the town, consists of a partially demolished square tower, which is completely empty inside, and some annexes, including the cells where Ludovico was kept prisoner and where he died in 1508.

I had been here before, years ago, but that was on a sombre, rainy autumn day and the donjon seemed a lot more menacing that time.

The entrance to the donjon complex
Old style castle compared to the more modern manor style of the lodge
View from one of the rooftop terraces
Interior of the ruined donjon. It’s possbile to go to the top via narrow stairs and iron walkways.
One of the prison cells has a great number of carvings of different sorts of figures and objects. They give you tablets with 3D simulations of how the cells would have looked like for the few VIP prisoners in the 15th centuy, actually quite cosy with a fireplace and books and such.
Portrait of Ludovico Sforza. He was about 40 when he married a 15-year old girl. These days that would be majorly frowned upon.

Now, why talk about Loches and Sforza? Ludovico Sforza (1452-1508) was a Milanese duke who came into power long after Charles the Bold lost his last battle, so he is not directly linked to the quest. Long story short, he was in France doing stuff against the French and at one point tried to escape disguised as a Swiss, but was caught by the French and kept as a prisoner (I didn’t check if they tried to ransom him as was usual in those days with the VIPs). First he was kept as a prisoner in a few castles, where he had a bit of freedom, eg to go fishing and such. In 1504 he was moved to Loches, where he lived not as free but in relatively comfortable circumstances. When he tried to escape in 1508, however, his books and other amenities and privileges were taken away. He died in Loches in May 1508 at the age of 55.

The wall of Ludovico’s prison cell. According to the website of Loches castle, the paintings are attributed to Sforza himself.
Carving on one of the wall of Ludovico’s cell
Thought I’d also share a picture of Ludovico’s latrine

There is a small exhibiton with some information boards and a helmet, not that of Ludovico but one of his enemies. One of the boards mentions a mystery surrounding his tomb but it doesn’t seem to say what it is. Maybe that was on another board I didn’t photograph. According to the French Wikipedia, the cause of his death is unclear, either illness or assassination. It is also not clear what happened with his corpse. Perhaps that is he mystery.

Trivia Alert for what follows.

There are a number of reasons why I wanted to talk about Ludovico here, even though had no direct dealings with Charles the Bold – he was about twenty years younger. Note that his brother Galeazzo who preceded him as Duke of Milan supported Louis XI against Charles the Bold.

First of all, during this lockdown I am cleaning up files on my pc and came across our Loire photographs. Loches plays a role in the life of the persons I am researching and I hadn’t written a post about it yet, so this was a good time. For the occasion I reread the information about Sforza and this time I was triggered by his nickname Il Moro, because the past couple months I have come across two other Moros. Not only did Charles the Bold apparently have a horse with that name, but I came across an ancestor with a similar nickname (it appears in the parish register so it must have been commonly used). I remembered something about having encountered an Italian in his line somewhere so I checked where the Italian man came from (with some reservation as I was not able to double-check the descendancy myself yet). It appears he was also originally from Lombardy , from a town some 80 km from where Sforza was born. Cool, but not important for the rest of the research, yet. I say yet because at one point these little facts always help progressing things.

To be continued.


Van schilders en schapen

Een lekker warme trui met voetjes, tegengekomen in de Ardennen, lang voor de lockdown

Bougondië heroveren tijdens een lockdown is niet mogelijk, dus moet het virtueel gebeuren. Ik ben deze week met van Eyck-achtige dingen bezig: kleine studies schilderen, wat documentaires bekijken in het kader van opdrachtjes/suggesties van de academie en wat research over de opbouw en symboliek van middeleeuwse schilderijen. Daarbij kom ik heel wat toevallige en minder toevallige verbanden tegen. Hierna volgen een paar voorbeelden.

Chrétien de Troyes

Eerst en vooral ga ik het even over Chrétien de Troyes hebben, de beroemde dichter/schrijver uit de 12de eeuw. Een bekend werk van hem is Le Conte du Graal, waarin Parsifal in het kasteel van een gewonde koning terechtkomt en daar een eigenaardig tafereel met een bebloede lans en de Graal aanschouwt. Chrétien heeft de Conte niet kunnen afmaken maar dat heeft hier verder geen belang. Interessanter is dat hij het werk in opdracht van Filips van den Elzas schreef. Filips is de zoon van Diederik, die volgens de legende het reliek van het Heilig Bloed uit Constantinopel meebracht na een kruistocht. Het bloed wordt momenteel in de Heilige Bloedkapel te Brugge bewaard (zie oudere posts). Chrétien zou de Conte in Gent geschreven hebben, maar ik heb dat nog niet in betrouwbare bronnen gecontroleerd.

Er zijn verschillende verbanden tussen de Conte en de queeste. Ten eerste is de vader van Filips, Diederik, een voorouder van Karel de Stoute. Ten tweede hebben de Bourgondische hertogen zeker het reliek van het Bloed gezien. Ten derde zijn er overeenkomsten tussen het Gulden Vlies en de Graal, tussen de Graal en het Lam Gods en het Lam Gods en het Gulden Vlies en tussen Gent en Brugge. Ten vierde zijn er vreemd genoeg toevallige overeenkomsten tussen de dood van Karel en de gewonde koning (ook voor later).

Brugge

Laten we een paar eeuwen vooruitspoelen. Op 6 mei 1432 wordt in Gent het Lam Gods, begonnen door Hubert van Eyck en verdergezet door Jan van Eyck, ingewijd en tegelijkertijd Josse, Karels oudere broer gedoopt. Josse zal snel overlijden, Karel zal pas anderhalf jaar later in Dijon geboren worden. Hubert is dan al verschillende jaren dood.

Hubert is gehuld in geheimzinnigheid. Er is weinig over hem geweten, laat staan dat het duidelijk is of en wat hij geschilderd heeft, zowel van het Lam Gods als andere werken. Ik zag een paar dagen geleden een documentaire over een schilderij van een graflegging dat door hem zou geschilderd zijn. In een boek dat ik hier liggen heb en waar ik het al eerder over gehad heb staat een vreemd, nogal morbied weetje over Hubert:

“Die arm pijpe daer zijn constighe handt aen ghestaen heeft / heeft langhe ghehangen in een yser besloten / opt kerchof (soo ick oock ghesien hebbe) midts dat die kercke nieuwe ghemaeckt wiert / ende zijn graf met meer andere opghedolven.”

De auteur van dit boek is de historicus Marcus van Vaernenwijck (Gent, 1516-1569). Het stukje hierboven komt uit de Historie van Belgis, een boek vol vreemde en spectaculaire anecdotes waarvan de bron niet duidelijk is. Bovenstaande editie dateert uit 1619, dus na de dood van de schrijver, en is uitgegeven in Antwerpen, dichter bij de dag van de dood van Hubert dan de dag van vandaag. Het exemplaar dat ik hier liggen heb circuleert al verschillende tientallen jaren in de familie. Het is in die periode opnieuw ingebonden omdat het erg beduimeld is en blijkbaar goed gelezen werd de afgelopen eeuwen. Ik heb op Google Books een ingescand exemplaar gevonden en zo ben ik te weten gekomen dat op zijn minst een gravure van de auteur ontbreekt. Misschien nog meer maar ik heb het nog niet nagekeken. Met de hierboven vermelde gegevens zou je het boek gemakkelijk online moeten kunnen vinden, mocht je het willen lezen.

De vorige drie eigenaren van het boek zijn me bekend maar zijn voor de rest niet relevant. Er zijn geen notities in het boek gemaakt maar op de titelpagina staat een naam in verbleekte inkt geschreven: Justus Bernardus van der Straeten Cathedra[onleesbaar] Santi Donatiani Canonicus. Ik heb het boek ondertussen al een aantal keren in handen gehad maar de inscriptie had ik niet echt bekeken. Dingen komen maar tevoorschijn als ze gevonden willen worden, blijkbaar, en soms is de geschiedenis van een boek al bijna net zo boeiend als de geschiedenis in een boek.

Na wat zoeken op het internet vond ik ergens in een scan van een gedrukte genealogie volgend item:

Gezien de nota in het boek en de periode lijkt het me over dezelfde Justus te gaan. Hij was eerst kanunnik in de Sint Salvatorkerk en daarna kanunnik en cantor in de Sint Donaaskerk te Brugge, stierf in 1723, en werd begraven in de Sint Salvatorkerk.

De Sint Salvatorkerk heb ik nog bezocht tijdens mijn voorlaatste uitstap naar Brugge:

Justus was niet alleen een van de kanunniken en cantor van de Sint Donaaskathedraal van Brugge. Hij was ook groot penitencier. Deze informatie komt gedeeltelijk uit de Flandria Illustrata. Deze aanvullende informatie heb ik teruggevonden in een gedrukte opdracht van een boek, ondertekend door de Broederschap van het H. Graf Christi, van de Jeruzalemkerk. Ik ga ervan uit dat het ook hier om dezelfde Justus gaat.

Jeruzalemkerk, Brugge

Na enig gepuzzel lijkt het dat Justus a) een zoon was van Bernard vander Straeten en een kleinzoon van Josse/Joost vander Straeten, blijkbaar bekende figuren in Brugge in die tijd. Volgens nog een andere bijna spreekwoordelijke kantlijn zat hij er warmpjes in.

Ik weet niet welke route het boek bevaren heeft sinds 1619 en dit is maar een theorie maar het is mogelijk dat hij het boek weggeschonken heeft of dat het verkocht of overgemaakt is na zijn dood zodat het in een andere bibliotheek terechtkwam. Dat is moeilijk te achterhalen met de schaarse documentatie die ik op het moment heb.

De Sint Donaaskathedraal (voor 1559 nog gewoon een kerk) is ondertussen verdwenen, ze is afgebroken in 1799. Heel wat bekende figuren zijn er begraven. Zo werd Jan van Eyck er begraven maar ook Joris van der Paele, bekend van het schilderij van Jan van Eyck. Sint Joris op dat schilderij heeft een echo in de relikwie van Karel de Stoute. Joris van der Paele was kanunnik van de Sint Donaaskerk, en dus een soort voorloper-collega van Justus Bernardus. Het schilderij van van Eyck hing waarschijnlijk in de kerk, mogelijk in de buurt van het graf van kanunnik van der Paele maar ik heb nog niet teruggevonden wat de verdere geschiedenis ervan is dus ik heb geen idee of het er nog hing toen Justus er zijn liederen zong.

In ieder geval heb ik een boeiende schattenjacht naar feiten achter de rug, die waarschijnlijk nog niet over is.


The Sword in the Stone: Louis, Louis, Louis

Albi

I am not really stuck with the quest but the part about Gideon two weeks before I ran into the fleece kept bugging me. After retracing my steps to the moment the roadsign with Gideon appeared in the summer of 2018 and checking the picture, not finding anything new and interesting (see older posts), I decided to go back in time and place, a mere few minutes earlier, when we were inside the cathedral St. Cécile at Albi, which was maybe 50, 70 metres away from the river. I don’t like loose ends and this one was still dangling.

I did something I had not done, ie. look at the photographs I took inside the church once more with a different eye, and this time also do some research about the history of the church in the second half of the 15th century.

The dominant decoration is a large medieval fresco of The Last Judgement. It shows medieval men and women being tortured by demons and the way to heaven and more of that sort of apocalyptic stuff the medieval people and the contemporary media are quite fond of.

The middle scene of the Judgement is missing, it was destroyed centuries ago to create a doorway. It possibly showed Christ in heaven and maybe St Michael weighing souls. Some articles I read mentioned that the Last Judgement painting of Rolin at Beaune was an inspiration for the Albi one but a certain professor Durliat claims it was more likely inspired by a receuil of 1492, published by Antoine Vérard, a Parisian printer. The first theory is interesting because it is a direct link with the quest. However, I don’t see many obvious similarities between the paintings. Unfortunately, I can’t find the article by Durliat nor the receuil that is mentioned but interestingly enough Vérard also printed versions of The cent nouvelles nouvelles and Le chevalier délibéré, two manuscripts I’ve run into before and which are directly linked with the Burgundians. But that is a trivial link.

Some articles state the Judgement was painted somewhere around 1474, another article dates the fresco around 1500. No real certain date in any case, it would have taken some time to paint anyway.

The photographs I took of The Last Judgment didn’t reveal anything new but in the history of the church and the painting I found some unexpected links to the quest (though most of them not very crucial for the main quest at this moment, I must admit).
I am not going to retell the whole history of Albi cathedral, built between 1282 and 1480. It can easily be found online. I’ll just describe the two men that were involved with the church and the fresco and that are part of the period I’m researching (1433-1477). These men were Louis I of Amboise and his nephew Louis II of Amboise.

A short summary with relevant facts based on several articles I found on the internet, and which I will update when I discover new facts:

1. Louis I of Amboise

Louis I of Amboise was born in the the castle of Chaumont-sur-Loire (which we saw from outside last summer (but did not enter unfortunately – castle overdose that day).

He was born in 1433, the same year as Charles the Bold. His history is linked with the king of France and the wars with Burgundy, he also conducted negotiations in January 1477 when Burgundy was annexed by France after the death by Charles the Bold. He was a witness at the marriage of Louis XII and Anne de Bretagne on 7 January 1499. Anne de Bretagne is also part of the quest and I’ve ran into her in different circumstances years ago, in part I of the quest, so interesting trivia.

Louis died in Lyon somewhere between 1503 and 1505, so long after Charles the Bold.

I am going to try and dig up information about him in my personal library but currently I’m more interested in his nephew:

2. Louis II of Amboise

Louis was the son of Charles I of Amboise, brother of Pierre, Louis I’s father. I got a bit lost in the family relations so take it with a grain of salt for now. He was born in the castle of Chaumont-sur-Loire in 1477, the same year Charles the Bold died, or maybe a bit later according to some sources (again, I will try to find out more about him in my personal library).

I couldn’t find a portrait of Louis II online, but I did find a portrait of his brother, Charles II of Amboise by Andrea Solari. Ironically I have had this portrait in my medieval reference portrait folder for ages and often use it as a reference, without really having done any research about it. So it’s quite odd there is more to it than just a pretty picture. I have no idea if the brothers resembled each other.

The link with Burgundy is clear: on 9 August 1501 Louis II is appointed bishop of Autun, of which I am also researching that period, as mentioned before.

His bishopry or whatever it is called, doesn’t last long. In 1503 Louis II returns to Albi. He dies in Italy in 1511.  I have to look into his period at Autun because he is a major direct link with one of my subquests. I want to find out what his contacts were and how he ended up there. Also, I have a feeling there are a few links in the Amboise part of the story that I haven’t discovered yet. But that is not going to happen today.

Bruges

About a week after our stay in the Tarn, we tagged along with relatives on a trip to Bruges because they wanted to visit an exhibition about WWI. It was summer and very crowded so after the exhibition we had lunch, and afterwards just wandered around. Apart from a short visit to the Saint Salvator cathedral and the Holy Blood chapel where I took a couple random pictures, we didn’t really visit or look at anything in particular. Charles the Bold was not in the picture, literally. The stained glass windows of the Holy Blood chapel turned out to be overexposed, it is not allowed to photograph the relic and we didn’t set foot in the Church of our Lady where the tombs are. The rest of the few pictures I took were just of streets full of tourists and the Jerusalem church from the outside. The tower behind the houses:

The Jerusalem church is interesting and there are links with the Dukes, but not quite in a way that it would help me with the quest at the moment. But I’m keeping it in the back of my head.

We also didn’t visit the Groeninge museum where the painting by van Eyck with van der Paele and Saint George is, as we were in a group, it was late and everybody was tired. But I remembered Durendal, hidden away in a random picture of some buildings at Rocamadour and reminded myself it’s all in the eye of the beholder, you just have to find it when it wants to be found.

All items in this quest seem to consist of three parts. If week one was Gideon and week three was the Bold, the Fleece had to have been present in one form or another in week two as well. I went through the pictures again

And this time I found it.

There it was, the Golden Fleece. Above the entrance of the Gruuthuusemuseum, the home of Louis of Gruuthuuse, knight of the golden fleece. I can’t believe I have not noticed it before. Louis is a major figure in the quest too but I have not really been busy with him.

On top of that, it’s the third Louis in this chain.

Plus est en vous: There is more in you.

Sounds like an invitation.

The museum was still closed the times I was in Bruges, so a third trip is in order. But first Corona has to disappear. It’s quite ironic. Charles the Bold was desperately longing for a crown and I am trying to avoid it at all cost.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: