Tag: van Eyck

Van schilders en schapen

Een lekker warme trui met voetjes, tegengekomen in de Ardennen, lang voor de lockdown

Bougondië heroveren tijdens een lockdown is niet mogelijk, dus moet het virtueel gebeuren. Ik ben deze week met van Eyck-achtige dingen bezig: kleine studies schilderen, wat documentaires bekijken in het kader van opdrachtjes/suggesties van de academie en wat research over de opbouw en symboliek van middeleeuwse schilderijen. Daarbij kom ik heel wat toevallige en minder toevallige verbanden tegen. Hierna volgen een paar voorbeelden.

Chrétien de Troyes

Eerst en vooral ga ik het even over Chrétien de Troyes hebben, de beroemde dichter/schrijver uit de 12de eeuw. Een bekend werk van hem is Le Conte du Graal, waarin Parsifal in het kasteel van een gewonde koning terechtkomt en daar een eigenaardig tafereel met een bebloede lans en de Graal aanschouwt. Chrétien heeft de Conte niet kunnen afmaken maar dat heeft hier verder geen belang. Interessanter is dat hij het werk in opdracht van Filips van den Elzas schreef. Filips is de zoon van Diederik, die volgens de legende het reliek van het Heilig Bloed uit Constantinopel meebracht na een kruistocht. Het bloed wordt momenteel in de Heilige Bloedkapel te Brugge bewaard (zie oudere posts). Chrétien zou de Conte in Gent geschreven hebben, maar ik heb dat nog niet in betrouwbare bronnen gecontroleerd.

Er zijn verschillende verbanden tussen de Conte en de queeste. Ten eerste is de vader van Filips, Diederik, een voorouder van Karel de Stoute. Ten tweede hebben de Bourgondische hertogen zeker het reliek van het Bloed gezien. Ten derde zijn er overeenkomsten tussen het Gulden Vlies en de Graal, tussen de Graal en het Lam Gods en het Lam Gods en het Gulden Vlies en tussen Gent en Brugge. Ten vierde zijn er vreemd genoeg toevallige overeenkomsten tussen de dood van Karel en de gewonde koning (ook voor later).

Brugge

Laten we een paar eeuwen vooruitspoelen. Op 6 mei 1432 wordt in Gent het Lam Gods, begonnen door Hubert van Eyck en verdergezet door Jan van Eyck, ingewijd en tegelijkertijd Josse, Karels oudere broer gedoopt. Josse zal snel overlijden, Karel zal pas anderhalf jaar later in Dijon geboren worden. Hubert is dan al verschillende jaren dood.

Hubert is gehuld in geheimzinnigheid. Er is weinig over hem geweten, laat staan dat het duidelijk is of en wat hij geschilderd heeft, zowel van het Lam Gods als andere werken. Ik zag een paar dagen geleden een documentaire over een schilderij van een graflegging dat door hem zou geschilderd zijn. In een boek dat ik hier liggen heb en waar ik het al eerder over gehad heb staat een vreemd, nogal morbied weetje over Hubert:

“Die arm pijpe daer zijn constighe handt aen ghestaen heeft / heeft langhe ghehangen in een yser besloten / opt kerchof (soo ick oock ghesien hebbe) midts dat die kercke nieuwe ghemaeckt wiert / ende zijn graf met meer andere opghedolven.”

De auteur van dit boek is de historicus Marcus van Vaernenwijck (Gent, 1516-1569). Het stukje hierboven komt uit de Historie van Belgis, een boek vol vreemde en spectaculaire anecdotes waarvan de bron niet duidelijk is. Bovenstaande editie dateert uit 1619, dus na de dood van de schrijver, en is uitgegeven in Antwerpen, dichter bij de dag van de dood van Hubert dan de dag van vandaag. Het exemplaar dat ik hier liggen heb circuleert al verschillende tientallen jaren in de familie. Het is in die periode opnieuw ingebonden omdat het erg beduimeld is en blijkbaar goed gelezen werd de afgelopen eeuwen. Ik heb op Google Books een ingescand exemplaar gevonden en zo ben ik te weten gekomen dat op zijn minst een gravure van de auteur ontbreekt. Misschien nog meer maar ik heb het nog niet nagekeken. Met de hierboven vermelde gegevens zou je het boek gemakkelijk online moeten kunnen vinden, mocht je het willen lezen.

De vorige drie eigenaren van het boek zijn me bekend maar zijn voor de rest niet relevant. Er zijn geen notities in het boek gemaakt maar op de titelpagina staat een naam in verbleekte inkt geschreven: Justus Bernardus van der Straeten Cathedra[onleesbaar] Santi Donatiani Canonicus. Ik heb het boek ondertussen al een aantal keren in handen gehad maar de inscriptie had ik niet echt bekeken. Dingen komen maar tevoorschijn als ze gevonden willen worden, blijkbaar, en soms is de geschiedenis van een boek al bijna net zo boeiend als de geschiedenis in een boek.

Na wat zoeken op het internet vond ik ergens in een scan van een gedrukte genealogie volgend item:

Gezien de nota in het boek en de periode lijkt het me over dezelfde Justus te gaan. Hij was eerst kanunnik in de Sint Salvatorkerk en daarna kanunnik en cantor in de Sint Donaaskerk te Brugge, stierf in 1723, en werd begraven in de Sint Salvatorkerk.

De Sint Salvatorkerk heb ik nog bezocht tijdens mijn voorlaatste uitstap naar Brugge:

Justus was niet alleen een van de kanunniken en cantor van de Sint Donaaskathedraal van Brugge. Hij was ook groot penitencier. Deze informatie komt gedeeltelijk uit de Flandria Illustrata. Deze aanvullende informatie heb ik teruggevonden in een gedrukte opdracht van een boek, ondertekend door de Broederschap van het H. Graf Christi, van de Jeruzalemkerk. Ik ga ervan uit dat het ook hier om dezelfde Justus gaat.

Jeruzalemkerk, Brugge

Na enig gepuzzel lijkt het dat Justus a) een zoon was van Bernard vander Straeten en een kleinzoon van Josse/Joost vander Straeten, blijkbaar bekende figuren in Brugge in die tijd. Volgens nog een andere bijna spreekwoordelijke kantlijn zat hij er warmpjes in.

Ik weet niet welke route het boek bevaren heeft sinds 1619 en dit is maar een theorie maar het is mogelijk dat hij het boek weggeschonken heeft of dat het verkocht of overgemaakt is na zijn dood zodat het in een andere bibliotheek terechtkwam. Dat is moeilijk te achterhalen met de schaarse documentatie die ik op het moment heb.

De Sint Donaaskathedraal (voor 1559 nog gewoon een kerk) is ondertussen verdwenen, ze is afgebroken in 1799. Heel wat bekende figuren zijn er begraven. Zo werd Jan van Eyck er begraven maar ook Joris van der Paele, bekend van het schilderij van Jan van Eyck. Sint Joris op dat schilderij heeft een echo in de relikwie van Karel de Stoute. Joris van der Paele was kanunnik van de Sint Donaaskerk, en dus een soort voorloper-collega van Justus Bernardus. Het schilderij van van Eyck hing waarschijnlijk in de kerk, mogelijk in de buurt van het graf van kanunnik van der Paele maar ik heb nog niet teruggevonden wat de verdere geschiedenis ervan is dus ik heb geen idee of het er nog hing toen Justus er zijn liederen zong.

In ieder geval heb ik een boeiende schattenjacht naar feiten achter de rug, die waarschijnlijk nog niet over is.


Art: The lamb and the ladies (Gent – MSK)

Part III of the Gent trip – Other parts: see earlier posts

As a last minute addition to the program, we visited the Ladies of the Baroque exhibition, as it was the final day of this temporary exhibition. We had only about an hour before the departure of our ride to its next destination so I was told there would be no time for the regular collection and the restoration of the van Eyck altarpiece. (major disappointment – It is not ‘See Naples and die’ it is ‘See the Lamb or die’).

According to the museum’s website it is not allowed to take pictures of temporary exhibitions so I didn’t take any. The paintings on display were by Italian female baroque painters (but there were a couple by men too), including the famous Artemisia Gentileschi, but also Sofonisba Anguissola (1532-1625), Fede Galizia (1578-1630), Giovanna Garzoni (1600-1670), as well as Orsola Maddalena Caccia (1596-1676), Lavinia Fontana (1552-1614), Virginia da Vezzo (1601-1638) and Elisabetta Sirani (1638-1665). It was very crowded and the rooms were very small unfortunately. The selection was relatively small and the paintings were very baroque and carrivagesque, with lots of blood decipitated Holoferneses. I suppose that says a lot about the men in those days, lol. Unfortunately most of the paintings were also – ahm, I’m very sorry, ladies – rather mediocre, apart from Artemisia’s whose paintings stood out amongst the rest. I went to see Michaela Wautier’s baroque paintings at the MAS earlier this year, and admittedly these are from a somewhat later period, but they were so much better overall.

The visit of the ladies took less than expected which left half an hour for the rest of the museum which is a bit of a maze. I decided to concentrate on the Primitives and try to find van Eyck. I got lost at first among some rather strange neoclassicist paintings and bumped into a couple small but very beautiful paintings from a much earlier date. Note that the pictures are not very good as I quickly took them with my phone so I could look them up on the internet.

Portrait of a lady by Pieter Pourbus (1523-1584), small painting, much better in real also

Small portraits of Lieven Van Pottelsberghe and Livina Van Steelant by Gerard Horenbout, a miniature painter (1465-1541). In real the colours and the faces are amazing.

The medieval paintings ended up being in the rooms immediately on the right of the main hall so I found my way back there and encountered the – almost legendary – panels of the mystic lamb. On Sunday the panels undergoing restoration are displayed behind a window in a small dark corridor, so actually better than when they are working on them, I suppose. No pictures allowed so I’ll borrow a stock version of the middle panel from Wikipedia just for illustration purposes. The panels on display were the bottom parts, ie, the copy of the Judges, the knights, the lamb and the hermits and the other one on the right.

Bizarre to stand so close to the same painting that old Philip once stood before almost 600 years ago (I suppose he did in any case, the reports of the inauguration in 1432 are contradictory, not sure about the B, he was aahhmmm, fickle and not good friends with the Gent people, also he wasn’t born yet) .

In the adjoining rooms there are some other paintings from Burgundian times. There was not much time so I just picked a few to have a good look at. There is a Madonna by Rogier van der Weyden but I took no picture of it. Same for the copy of a Lamentation by Hugo van der Goes. Here is the image from Wikipedia.

The above is a very dramatic Man of Sorrows by an anonymous painter. The angels are a bit funny, not the intention of the artist, I guess.

There was also a small and long painting called Titus’ conquest of Jerusalem, attributed to the Viennese Master of Mary of Burgundy. Upon checking this is a miniature painter who supposedly also provided artwork for Charles the Bold’s prayer book from which I copied a miniature.

Left side of the painting, image from Wikipedia
Part of the right side, own picture.

And the last painting in the series was interesting for another reason. It is a painting, not in a very good condition, consisting of two small panels, called The Holy Trinity and Saints, dating from 1480-1490, and painted by an anonymous painter. Here they are, you’ll probably see why it struck me.

Everybody is looking away or down, except one guy on the right who seems to look straight at the spectator or at something else outside the small world of this painting, as if he’s looking through a window. It is somewhat eerie. I don’t know if it means something. Maybe it was an heretic, or maybe it is that one person that always spoils the group picture.

That’s all for now, folks.


Follow

Get every new post delivered to your Inbox

Join other followers: